Begroting 2020

Inleiding

Inleiding
De financiële begroting geeft inzicht in de financiële ontwikkeling van het begrotingssaldo, het meerjarenperspectief en de financiële positie van onze gemeente.

De voorjaarsnota 2020 is, samen met de begroting 2020-2023, de basis voor de voorliggende financiële begroting 2020-2023. Daarnaast zijn tijdens het samenstellingsproces van deze begroting de budgetten tegen het licht gehouden en daar waar nodig hebben bijstellingen plaatsgevonden.
Ook heeft het gedetailleerde rekenwerk plaatsgevonden van de vele staten, zoals inzet personeel, reserves en voorzieningen, kapitaallasten en renteberekening. Deze berekeningen en de aanpassingen die daaruit voortvloeien, zijn verwerkt in de primaire begroting 2020.

Na verwerking van alle uitgangspunten en ontwikkelingen is de begroting voor elk afzonderlijk jaar structureel en reëel in evenwicht.

Financiële ontwikkeling inclusief toelichting
De financiële consequenties van raads- en collegevoorstellen, die na de vaststelling van de voorjaarsnota 2020 zijn genomen zijn in de begroting 2020-2023 verwerkt.

Begrotingsresultaat 2020-20 23
In de tabel op de volgende bladzijde is de mutatie van het begrotingsresultaat ten opzichte van de vastgestelde begroting 2019, jaarschijf 2020 opgenomen.

Toelichting op hoofdlijnen
1. Voorjaarsnota
In de raadsvergadering van 2 juli 2019 is de voorjaarsnota 2020 ter kennisgeving aangenomen als richtinggevend kader voor de programmabegroting 2020-2023. De voorjaarsnota is volledig verwerkt in deze begroting.

2. RIB meicirculaire
Op 24 juni 2019 is een RIB over de meicirculaire naar de raad gestuurd. In deze RIB is een toelichting gegeven over de meicirculaire 2019 van het gemeentefonds.

3.Raadsbesluiten en collegebesluiten.
Naast hetgeen hierboven vermeld is bij de ”financiële ontwikkeling inclusief toelichting” zijn ook collegebesluiten opgenomen waarvan verwacht wordt dat deze in de aanloop van de begroting worden besloten. Mocht dit niet het geval zijn dan zijn deze financiële middelen alvast gereserveerd en komen daarmee niet direct ten laste van de post onvoorzien.

4.Diverse aanpassingen budgetten en herberekeningen.
Bij elke begroting vinden diverse budgetaanpassingen en herberekeningen plaats met financiële gevolgen. Voorbeelden van herrekeningen zijn:

  • Aanpassing van de budgetten aan het nieuwe inflatiepercentage (indexering);
  • Herrekening van de salarislasten incl. bestuur (raad, college, wachtgeld wethouders, etc.);
  • Aanpassing van de kapitaallasten op basis van een nieuwe inschatting van het jaar waarin de investeringen plaats vinden;
  • Aanpassingen van de rentelasten;
  • Herberekening OZB: Op basis van de nieuwe prognoses OZB is een herberekening gemaakt. Hieruit is de verwachting dat meer OZB wordt ontvangen dan ten tijde van de primaire begroting 2019 werd verwacht;
  • Aanpassing van de gesloten huishoudens, zoals afval, riolering e.d. Door aanpassing van de door te rekenen overhead en de BTW kunnen ook hierdoor mutaties in het saldo ontstaan.

Bij de begrotingen kunnen budgetten nog aangepast worden omdat nieuwe kennis en inzichten altijd tot wijzigingen kunnen leiden. De budgetten zijn gecorrigeerd onder andere:

  • Leerlingenvervoer: O.b.v. doorrekening van het contract met de nieuwe vervoerder;
  • Doordecentralisatie voortgezet onderwijs: Bijgesteld op basis van de nieuwe prognoses van de leerlingenaantallen.

5.Analyse financiële ruimte voor nieuw beleid.
In het traject richting de begroting is kritisch bekeken naar de mogelijkheden in de jaarschijf 2020 om financiële ruimte te creëren voor nieuw beleid. Gezien de positieve jaarrekeningresultaten van de afgelopen jaren zijn de budgetten met structurele overschotten kritisch bekeken en herzien waar mogelijk. De budgetten zijn met ruim 1 miljoen structureel naar beneden bijgesteld. Naast de extra financiële middelen neemt dit ook extra risico’s met zich mee. Uitgangspunt bij het samenstellen van de begroting is om zo reëel mogelijk te begroten. In 2.2 Analyse van de afwijkingen is een nadere analyse opgenomen.

Begrotingsresultaat (x € 1.000,-)

2020

2021

2022

2023

Begrotingsresultaat jaarschijf 2020 begroting 2019

1.245

2.362

2.712

4.712

Voorjaarsnota

-1.231

-1.689

-1.637

-1.490

1

Totaal begrotingsresultaat na voorjaarsnota

14

673

1.075

3.222

Meicirculaire t.o.v. voorjaarsnota

-366

-735

-1.698

-2.405

2

Totaal begrotingsresultaat cfm RIB meicirculaire

-352

-62

-623

817

Raadsbesluit/ Collegebesluiten:

Monitor onderhoud wegen (Raad: 29-6-2019)

0

0

0

-84

Mantelzorgwaardering (Raad: 2-7-2019)

-80

-80

-80

-80

Informatiebeleidsplan (Raad 17-9-2019)

-705

-611

-621

-832

Rechtspositie decentrale ambtsdragers

-51

-51

-51

-51

Beheerplan groen en reiniging

-252

-257

-263

-267

Toekomstplan jongerencentra

-106

-54

-53

-49

3

Totaal begrotingsresultaat raad- en collegebesluiten

-1.546

-1.115

-1.692

-546

4

Diverse aanpassingen budgetten en herberekeningen

663

681

735

387

5

Analyse financiële ruimte voor nieuw beleid

1.162

1.193

1.968

1.984

MUIP aanvragen afgewogen in aanloop naar begroting

-687

-858

-784

-557

Incidenteel via algemene reserve

474

274

225

0

6

Totaal begrotingsresultaat

66

174

452

1.267

Waarvan structureel

947

615

813

1.606

Waarvan incidenteel

-880

-442

-363

-343

+/+ is voordeel, -/- is nadeel

In de analyse financiële ruimte voor nieuw beleid is onder andere een budgetaanpassing inzake Kunst & Cultuur verwerkt. Dit lijkt in strijd met de eerder aangenomen motie echter bij de financiële analyse in de volle breedte zijn alle budgetten bezien. Het nog structureel beschikbare budget Kunst & Cultuur is met €90.000 naar beneden bijgesteld naar €100.000. Dit betekent dat er nog steeds structureel ruimte is om initiatieven financieel te ondersteunen.

In de programmabegroting 2020-2023 is de VNG richtlijn opgevolgd inzake het financieel verantwoorden van de nog te ontvangen extra middelen jeugd. Voor Venray is in de programmabegroting 2020-2023 rekening gehouden met een bedrag van €760.000 vanaf 2022.

In het jaar 2023 is de bijdrage voor Sint Anna van €330.580 ten laste van de algemene reserve gebracht. De intentie is om te bezien of deze bijdrage in het jaar 2023 ten laste van de exploitatie gebracht kan worden.
Structureel en reëel evenwicht
Om goed inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente is het belangrijk om het begrotingssaldo te splitsen in het structurele saldo en het incidentele saldo. Dit is belangrijk omdat je geen structurele lasten uit incidentele baten wil bekostigen. Dit leidt uiteindelijk tot problemen. Incidentele lasten mogen daarentegen wel uit structurele baten bekostigd worden. De provincie heeft de taak gekregen om te toetsen of gemeenten zich hieraan houden. Het college onderschrijft dit uitgangspunt en wil de incidentele lasten maximaal dekken uit de reguliere begroting zonder de inzet van reserves, tenzij noodzakelijk.

In de tabel is het begrotingsresultaat gesplitst in een incidenteel en een structureel saldo. Hieruit blijkt dat het merendeel van het saldo structureel van aard is. Een nadere uitsplitsing van dit saldo is opgenomen in paragraaf 2.2.

ga terug